---
title: Artikel 8:21 Algemene wet bestuursrecht
wet: Algemene wet bestuursrecht
artikel: '8:21'
hoofdstuk: 8. Bijzondere bepalingen over de wijze van procederen bij de bestuursrechter
valid_from: '2026-08-15'
source: https://repository.officiele-overheidspublicaties.nl/bwb/BWBR0005537/2026-08-15_0/xml/BWBR0005537_2026-08-15_0.xml
---

1. Natuurlijke personen, onbekwaam om in rechte te staan, worden in het geding vertegenwoordigd door hun vertegenwoordigers naar burgerlijk recht. De wettelijke vertegenwoordiger behoeft niet de machtiging van de kantonrechter, bedoeld in artikel 349 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.

2. De in het eerste lid bedoelde personen kunnen zelf in het geding optreden, indien zij tot redelijke waardering van hun belangen in staat kunnen worden geacht.

3. Indien geen wettelijke vertegenwoordiger aanwezig is, of deze niet beschikbaar is en de zaak spoedeisend is, kan de bestuursrechter een voorlopige vertegenwoordiger benoemen. De benoeming vervalt zodra een wettelijke vertegenwoordiger aanwezig is of de wettelijke vertegenwoordiger weer beschikbaar is.
