Gemeentewet

Titel I. Begripsbepalingen

Hoofdstuk I. Algemene bepaling

Titel II. De inrichting en samenstelling van het gemeentebestuur

Hoofdstuk II. De raad

Titel II. De inrichting en samenstelling van het gemeentebestuur

Hoofdstuk III. Het college van burgemeester en wethouders

Titel II. De inrichting en samenstelling van het gemeentebestuur

Hoofdstuk IV. De burgemeester

Titel II. De inrichting en samenstelling van het gemeentebestuur

Hoofdstuk IVa. De rekenkamer

Titel II. De inrichting en samenstelling van het gemeentebestuur

Paragraaf 1. De gemeentelijke rekenkamer

Paragraaf 2. De gemeenschappelijke rekenkamer

Hoofdstuk IVb. De rekenkamerfunctie

Titel II. De inrichting en samenstelling van het gemeentebestuur

Hoofdstuk IVc. De ombudsman

Titel II. De inrichting en samenstelling van het gemeentebestuur

Paragraaf 1. Algemene bepaling

Paragraaf 2. De gemeentelijke ombudsman

Paragraaf 3. De gemeentelijke ombudscommissie

Paragraaf 4. De gezamenlijke ombudsman en de gezamenlijke ombudscommissie

Hoofdstuk V. De commissies

Titel II. De inrichting en samenstelling van het gemeentebestuur

Hoofdstuk Va. Geheimhouding

Titel II. De inrichting en samenstelling van het gemeentebestuur

Hoofdstuk VI. Geldelijke voorzieningen ten behoeve van de leden van de raad en de commissies

Titel II. De inrichting en samenstelling van het gemeentebestuur

Hoofdstuk VII. De secretaris en de griffier

Titel II. De inrichting en samenstelling van het gemeentebestuur

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Paragraaf 2. De secretaris

Paragraaf 3. De griffier

Hoofdstuk VIII. Algemene bepalingen

Titel III. De bevoegdheid van het gemeentebestuur

§ 1. Inleidende bepalingen

§ 2. Verhouding tot de provincie en het Rijk

§ 3. Bijzondere voorzieningen

§ 4. Bestuursdwang

§ 5. Bekendmaking en inwerkingtreding van besluiten die algemeen verbindende voorschriften inhouden

§ 6. Termijnen

Hoofdstuk IX. De bevoegdheid van de raad

Titel III. De bevoegdheid van het gemeentebestuur

Hoofdstuk X. De bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders

Titel III. De bevoegdheid van het gemeentebestuur

Hoofdstuk XI. De bevoegdheid van de burgemeester

Titel III. De bevoegdheid van het gemeentebestuur

Hoofdstuk XIa. De bevoegdheid van de rekenkamer

Titel III. De bevoegdheid van het gemeentebestuur

Hoofdstuk XII. Algemene bepalingen

Titel IV. De financiën van de gemeente

Hoofdstuk XIII. De begroting en de jaarrekening

Titel IV. De financiën van de gemeente

§ 1. De begroting

Paragraaf 2. De jaarrekening

§ 3. Goedkeuring van de begroting

Hoofdstuk XIV. De administratie en de controle

Titel IV. De financiën van de gemeente

Hoofdstuk XV. De gemeentelijke belastingen

Titel IV. De financiën van de gemeente

§ 1. Algemene bepalingen

§ 2. Bijzondere bepalingen omtrent de onroerende-zaakbelastingen

§ 3. Bijzondere bepalingen omtrent de andere belastingen dan de onroerende-zaakbelastingen

§ 4. Heffing en invordering

Hoofdstuk XVI. Goedkeuring

Titel V. Aanvullende bepalingen inzake het toezicht op het gemeentebestuur

Hoofdstuk XVII. Schorsing en vernietiging

Titel V. Aanvullende bepalingen inzake het toezicht op het gemeentebestuur

Titel VI

Titel VII. Overgangs- en slotbepalingen

Bijlagen

Bron: https://repository.officiele-overheidspublicaties.nl/bwb/BWBR0005416/2026-10-01_0/xml/BWBR0005416_2026-10-01_0.xml