Het bestuursorgaan moet de zoekslag inzichtelijk maken; daarna moet de verzoeker aannemelijk maken dat er meer is
Kern
Twee regels. (1) Het bestuursorgaan maakt voldoende inzichtelijk hoe het zorgvuldig heeft gezocht: welke systemen, welke zoektermen, welke vragen aan welke personen, en welke schifting. (2) Zegt het bestuursorgaan na onderzoek dat een document er niet (meer) is, en is dat niet ongeloofwaardig? Dan moet de verzoeker aannemelijk maken dat het document er toch is. Een enkele stelling is niet genoeg.
Rechtsoverwegingen
r.o. 5.1: "een bestuursorgaan voldoende inzichtelijk moet maken hoe het de zoekslag heeft verricht. Die zoekslag moet zorgvuldig zijn. Het voldoende inzichtelijk maken van de zoekslag kan het bestuursorgaan bewerkstelligen door bijvoorbeeld specifiek te vermelden welke systemen zijn geraadpleegd, welke zoektermen zijn gehanteerd voor het zoeken naar documenten in die systemen, welke specifieke vragen de volgens het bestuursorgaan relevante personen hebben meegekregen en welke schifting in de door die personen aangedragen documenten vervolgens is gemaakt."
r.o. 6: "wanneer een bestuursorgaan stelt dat na onderzoek is gebleken dat een bepaald document niet of niet meer onder hem berust en een dergelijke mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, in beginsel aan degene die om informatie verzoekt om aannemelijk te maken dat, in tegenstelling tot de uitkomsten van het onderzoek door het bestuursorgaan, een bepaald document toch onder dat bestuursorgaan berust."
r.o. 6.2: "[appellant] heeft met de enkele stelling dat dat wel zo is niet aannemelijk gemaakt"
Gebruik
Vraag de zoekverantwoording al in het verzoek. Toets het besluit op de vier elementen van r.o. 5.1. Wijs ontbrekende stukken concreet aan: een verwijzing in een ander document, een vergadering zonder verslag, een e-maildraad die halverwege stopt. Zie zoekslag. Lees de volledige tekst.
Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2022:3027